Menu Content/Inhalt
14 - 15 augustus PDF Afdrukken E-mailadres

Met slaap nog diep in onze keel en onafgemaakte dromen die achter kleine ogen wachten op een vervolg, vouwt de dag zich voorzichtig open. Op dit uur, afgescheurd van alle voorgaande, ben je nog stil om de wereld niet te wekken. Alleen de vogels zijn je voor en hoe helder klinkt hun gezang tegen die achtergrond van rust.
Ergens worden stemmen gesmeerd. Overgoten met kamillethee met honing. Opgewarmd in een eerste straaltje zomerzon.
Diezelfde zon sijpelt even later aarzelend door de ramen van de Sint-Martinuskerk en laat een chaos van kleuren tegen de muren opkruipen. Wie is tegen deze schoonheid bestand, in dit nauwelijks aangevangen deel van de dag? Wie blijft onberoerd wanneer Psallentes hun klanken, rechtstreeks uit de hemel, over je uitstrooien? Klanken die door al je poriën worden geabsorbeerd, om diep in het lichaam hun helende werk te gaan doen.

Pas wanneer de laatste tonen zijn weggestorven, wordt honger voelbaar en kan er aan ontbijten worden gedacht.

Wie zich kan verliezen in het ritme van zijn voeten, en op die manier het glooiende Pajottenland onder zich door laat glijden, merkt al gauw dat afstand een verwaarloosbaar gegeven is. We laten ons meezuigen in de stoet die als een rups over een frisgroen lappendeken kronkelt, en dit voor vele uren. Niet wetend wanneer het einde zich zal aandienen, maar daar ook niet om gevend. Al wat telt, is het rondom waarin onze adem verdwijnt, en waaruit we onze longen weer vullen. Op de middag wacht ons een heerlijke picknick ergens in het dorp.
Zangers en muzikanten van Sarband stappen gewoon mee en op gezette tijden wordt er halt gehouden en naar hen geluisterd. Aan kapelletjes, in een geurende koeienstal, of gewoon langs de kant van de weg. De vermenging van natuur met een breekbare of net krachtige stem, of met een muziekinstrument dat afhangt van de grillen van de luchtvochtigheid - het heeft iets magisch en ongerepts ... Het is iets waar je stil van wordt.

Buiten is het nog licht, maar de kaarsen branden al. Vlammen die beetje bij beetje zichtbaarder zullen worden, naargelang de avond verouderd. Het is stil in de kerk. Onze benen zijn eindelijk tot rust gekomen en tintelen nog zacht na. In de hoofden groeit verwachting naar wat komen zal.
En dan dwarrelen de eerste stemmen naar binnen, ergens ver achter ons. Zo onaards, zo onwezenlijk. Wanneer even later ook de bijhorende lichamen verschijnen, 28 in totaal, en zij traag hun weg naar het midden van de kerk vinden, geleid door de in hun handen brandende kaarsen, houdt iedereen de adem in. Wat dan volgt, is pure magie en nauwelijks met woorden te beschrijven. Ingetogen stukken worden afgewisseld met felle uithalen die de hele ruimte vullen en de kerk doen zinderen ... Pärt’s boetecanon Pokajanen. Mannen- en vrouwenstemmen kringelen om elkaar heen en brengen de luisteraar in een trance die alles rondom doet vergeten. Slechts nu en dan worden we herinnerd aan onszelf door het luiden van de klokken, hoog boven ons. Dit is wat ons verzoent met het leven, wat ons doet verdwijnen in de kieren van de tijd.
 

 
Deze site wordt regelmatig bijgewerkt. Opmerkingen welkom.
h.jpg